

Gedeeld verleden gedeelde toekomst
Het Oosterpark is niet zomaar een groene oase in Amsterdam-Oost. Tussen de bomen en paden staat het Nationaal Monument Slavernijverleden, een plek om stil te staan bij een geschiedenis die Nederland heeft gevormd en die nog steeds doorwerkt.
Met OOSTCAST - Slavernijmonument Oosterpark neem je deel aan een unieke wandeling door het park. Langs verschillende punten maak je kennis met de verhalen over deze geschiedenis: van het Nederlandse kolonialisme en de ontvoering van mensen uit Afrika tot slaafgemaakten, tot het meedogenloze plantagesysteem en de erfenis daarvan.
Je hoort over Inheemse bevolkingen die hun land zagen verdwijnen en over verzet: van de Marrons en Tula tot Anton de Kom.
Maar ook over schijnvrijheid en hoe deze geschiedenis vandaag de dag nog steeds voelbaar is. Tot slot vieren we veerkracht en burgermoed, de kracht die voortkomt uit deze strijd.
Experts Nancy Jouwe, Glenn Helberg, Mercedes Zandwijken, Sherlien Sanches, Simba Mosis, Naomie Pieter, Vincent de Kom, Lara Nuberg, Dr. Alana Helberg-Proctor en Kjelld Masoud Kroon begeleiden je langs deze route.
Scan de QR-codes op straatstickers in het park of volg de links op deze pagina en laat je meenemen.
Het is een uitnodiging om te luisteren en na te denken over een geschiedenis die ons allemaal raakt.

Open hier een printbare PDF-versie van deze wandelroute.
Het koloniale heden
Een steeds groter deel van Nederland is zich vandaag de dag bewust van de cruciale rol die Nederland speelde in de koloniale geschiedenis van de wereld, slavernij inbegrepen, vertelt Nancy Jouwe in dit fragment. ‘We zien dat terug in onze musea, maar ook in ons straatbeeld. In verschillende steden door heel Nederland zijn straatnamen te vinden die verwijzen naar kolonies, specerijen en namen van mannen die die gebieden met geweld tot kolonies maakten.’ Ook zijn er talloze panden die verbonden zijn met slavernij, zoals de ambtswoning van de burgemeester van Amsterdam.
Veel Nederlandse steden en provincies hebben inmiddels onderzoek laten uitvoeren naar hun koloniale en slavernijverleden, en hun bestuurders hebben daar excuses voor gemaakt. Zo ook burgemeester Halsema namens Amsterdam, dat mede-eigenaar was van de kolonie Suriname en zelfs een eigen kleine kolonie had aan de rivier de Delaware. Ook in Utrecht, waar Jouwe woont, zijn excuses gemaakt. Een stad zonder haven en zonder VOC- of WIC-kamer, maar toch nauw verbonden met de koloniale geschiedenis. Dat verleden werkt bovendien nog altijd door. ‘En dit geldt voor meer steden in Nederland.’
Volgens Jouwe blijft kennis hierover in het onderwijs achter. ‘Daar moet echt aan gewerkt worden,’ zegt ze. ‘We hebben nog veel te leren, juist voor onze toekomst.’
De grootouders, ouders en broers van Nancy Jouwe (1967) zijn geboren en opgegroeid in een Nederlandse kolonie. ‘Dat betekent voor mij dat de koloniale geschiedenis niet in het verleden leeft, maar in mijn heden huist.’ Die geschiedenis was aan de keukentafel dagelijkse kost: ‘Of het nou het eten was dat we opschepten, inclusief de eerste hap sambal die ik op mijn zesde nam, tot hilariteit van mijn broers, of de serieuze monologen van mijn vader, waar ik aandachtig naar luisterde terwijl ik zijn emoties voelde.’ Jouwe is cultuurhistoricus en werkt als freelance onderzoeker, docent en schrijver.
Luister hier 'Het kolonialisme van Nederland' van Nancy Jouwe.
'de gekleurde, zwarte ander'
De Nederlands-Caribische psychiater Glenn Helberg werd in 1955 geboren in Willemstad, Curaçao. Begin jaren zeventig verhuisde hij naar Nederland om geneeskunde te studeren. Hij zag de grenzen van de westerse kijk op geestelijke gezondheid en verdiepte zich in hoe Afrikanen, Aziaten en Zuid-Amerikanen omgaan met ziekte en gezondheid. Taal, geschiedenis en cultuur vormen de mens, werd zijn overtuiging. Volgens Helberg is slavernij geen afgesloten verleden. Wanneer mensen langdurig in onveiligheid leven, past het lichaam zich daaraan aan. En die reacties werken generaties door. Helberg groeide uit tot een pionier van de ‘transculturele psychiatrie’ en spreekt zich uit over racisme, de Caribische gemeenschap in Nederland en LHBTI+-rechten.
Luister hier 'Vanuit Afrika tot slaaf gemaakt' van Glenn Helberg.
Het verhaal van slavernij ‘gaat niet alleen over wat er gebeurd is,’ zegt Glenn Helberg. ‘Het gaat over wat er nog steeds gebeurt.’ In dit fragment legt hij bloot wat het voor al die miljoenen mensen betekende om tot slaaf gemaakt te worden: ze werden niet alleen verplaatst, maar ontmenselijkt. Je naam werd afgenomen, je geschiedenis afgebroken, je lichaam gereduceerd tot bezit: ‘Je werd geen mens meer genoemd, maar een nummer. Geen moeder, maar reproductie. Geen kind, maar verhandelbare waarde.’ Het proces was systematisch en winst gedreven. Geweld en straffen waren geen incidenten, maar instrumenten.
Als psychiater trekt Helberg de lijn door naar het heden: ‘Wat ooit nodig was om te overleven, kan nu in de weg staan om vrij te leven.’ Slavernij is daarmee een ingreep in het zenuwstelsel van generaties. Die doorwerking is niet alleen persoonlijk, maar ook structureel: in instituties, beleid en het dagelijks denken over de gekleurde, Zwarte ander.
Helberg nodigt uit om te erkennen wat er gebeurd is. Om te voelen wat er nog leeft. En om woorden te geven aan wat generaties lang stil moest blijven. ‘Want pas wanneer we zien wat ontmenselijking heeft gedaan, kan menselijkheid weer ruimte krijgen.’
Het is tijd dat dit stopt
‘Voor het eerst durf ik wat uitgebreider in te gaan op een onderwerp dat mij al jaren bezighoudt,’ vertelt Mercedes Zandwijken in dit fragment: 'Het plantagesysteem en de erfenis hiervan'. Daarvoor keert ze terug naar de bron: de plantages, waar haar voorouders moesten werken, gehoorzamen en zwijgen. ‘Met hen werd omgegaan als ware ze objecten of dieren die vrijelijk verhandeld of weggegeven konden worden.’
Die onderwerping en ontmenselijking leven nog altijd door in de opvoedingspatronen van veel Afro-Surinaams-Nederlandse ouders. Ze wijst op Surinaamse moeders die in de supermarkt naar hun kinderen schreeuwen: ‘Kom hier! Blijf af! Heb ik je niet gewaarschuwd?’ Wie 350 jaar lang is toegeschreeuwd, gemarteld en bedreigd, geeft dat door, zegt ze: ‘Het is niet verwonderlijk dat dit van generatie op generatie is doorgegeven.’
Zandwijken put ook uit haar eigen jeugd. Haar moeder kon om iets kleins heftig uitvallen en dreigde niet zelden met geweld: ‘Als je nu je mond niet houdt, dan breek ik al je botten.’ Dat herleidt ze tot een straf uit de slavernijtijd: het radbraken. Voor emoties was geen plaats, niet op de plantage, en niet bij Zandwijken thuis. ‘Bewaar je tranen voor later, als ik dood ben,’ zei haar moeder. Ze moesten sterk zijn, net als hun voorouders. Compassie heeft ze nooit mogen ervaren. Zandwijken ziet deze patronen nog altijd, en daarom, besluit ze: ‘Het is tijd dat dit stopt.’
De Amsterdamse Mercedes Zandwijken (1957) groeide op in een gezin van Surinaamse ouders. Terugkijkend ziet ze hoezeer haar eigen opvoeding, en die van veel andere Afro-Surinaams-Nederlandse families, doortrokken is van de plantagecultuur. De laatste vijftien jaar is Zandwijken de motor achter de organisatie van talloze Keti Koti (Dialoog)Tafels. Met rituelen, een gestructureerde dialoog en een gereconstrueerde slavenmaaltijd wordt daar stilgestaan bij de omgang met de erfenis van het koloniale en slavernijverleden. Haar missie is helder: sociale rechtvaardigheid en verbinding bevorderen. Ze noemt zichzelf ook wel samenlevingstherapeut.
Luister hier 'Het plantagesysteem en de erfenis hiervan' van Mercedes Zandwijken.
Een inheems, onbekend, koloniaal verleden
De naam van Sherlien Sanches (1979), met een ‘s’, klinkt Spaans maar is Surinaams. Een koloniale erfenis, die voortleeft in haar achternaam. Haar moeder is een inheemse (Karinha), haar vader Afro-Surinaams. Toen Sherlien acht maanden oud was, verhuisde ze naar Nederland. Hier zet ze zich nu als voorzitter en oprichter van het Inheems Kenniscentrum Internationaal in voor meer zichtbaarheid, behoud en erkenning van de inheemse taal, cultuur en spirituele tradities van Suriname: ‘Het is tijd om te werken aan een inclusievere geschiedschrijving waarbij de inheemse relatie met het koloniaal verleden zichtbaar wordt gemaakt. Daarvoor is onderzoek en educatie nodig.’
Luister hier 'Inheemse bevolkingen' van Sherlien Sanches.
Amsterdam heeft zich de afgelopen jaren uitgesproken over haar rol in het koloniale verleden. Voor nazaten van tot slaaf gemaakte Afrikanen en voor de Joodse gemeenschap zijn officiële excuses en herstelinitiatieven gerealiseerd. ‘Maar voor Inheemse volkeren is er tot op heden geen enkele erkenning of herstel geboden,’ vertelt Sherlien Sanches in dit fragment. ‘We vergeten een fundamenteel stuk geschiedenis.’
Het gaat om ‘het verhaal van de rode slavernij’. Die begint bij Columbus, toen Europese veroveraars Turtle Island (de inheemse naam voor het continent Noord-Amerika) bereikten en in contact kwamen met Inheemse gemeenschappen. ‘Het begin van genocide, roof en onderdrukking,’ volgens Sanches. Halverwege de zeventiende eeuw troffen Nederlandse kolonisten zo’n twintig verschillende Inheemse volken aan. Ze hadden eigen talen, infrastructuren en verregaande inzichten over landbouw en irrigatie. Hun land werd met geweld veroverd, waarna velen tot slaaf werden gemaakt. Miljoenen Inheemsen zijn gestorven door geïntroduceerde ziektes, oorlog, massamoorden en maatschappelijke ineenstorting.
Al meer dan 500 jaar strijden de Inheemsen om erkenning en oorspronkelijke rechten, stelt Sanches: ‘Onze kennis is grotendeels uitgewist of het wordt overgenomen en geclaimd. Door gedwongen assimilatie spreken vele Inheemsen hun taal niet meer en inheemse kennis raakt verloren.’ En dat is ongelooflijk zonde, want ‘we kunnen zo veel leren van inheemse ecologische, sociale en maatschappelijke kennis.’
Bevochten vrijheid
De geschiedenis van de Marrons gaat niet alleen over slachtofferschap. Het gaat over mensen die weigerden te knielen. Deze tot slaaf gemaakte Afrikanen/mensen maakten zich los van het plantagesysteem, trokken het binnenland in en bouwden daar nieuwe gemeenschappen op, volgens eigen waarden en leiderschap. In dit fragment vertelt Simba Mosis dat ze bewust kiest voor het woord ontsnappen in plaats van vluchten: ‘Ontsnappen laat zien dat het ging om bewust verzet en om het terugnemen van vrijheid.’
Dat verzet was niet alleen fysiek, maar ook strategisch: ‘Het was een lang proces van ontsnappen, overleven, beschermen, opbouwen en doorgeven.’ De vredesverdragen, zoals dat van 10 oktober 1760, kwamen niet uit goedheid van de kolonisator, maar omdat de Marrons niet verslagen konden worden. ‘Hun vrijheid werd niet gegeven, maar afgedwongen en vastgelegd.’ Naast 1 juli (Keti Koti ), de datum waarop slavernij werd afgeschaft, blijft 10 oktober een belangrijke dag voor Marrons. ‘Samen vertellen zij het verhaal van onderdrukking, verzet en bevochten vrijheid.’
Het verzet draaide ook om gemeenschap, legt Mosis uit: ‘Het ging om familie, zorg, solidariteit en het besef dat niemand echt vrij is, zolang de ander dat niet is.’ Die kracht leeft nog steeds binnen de Marroncultuur. Vrouwen spelen daarin een grote rol: zij dragen kennis, opvoeding, spiritualiteit en gemeenschapszin van generatie op generatie over.
Simba en haar tweelingzus Susi Mosis (1982) verhuisden op achtjarige leeftijd van Suriname naar Nederland. Ze behoren tot de gemeenschap van de Marrons: nazaten van Afrikanen die zich tijdens de slavernij hebben losgemaakt van het plantagesysteem. Voor de zussen is dit verhaal niet alleen geschiedenis: ‘Het leeft nog steeds in ons.’ Samen richtten ze Sisa (‘zuster’) Events op om de schoonheid en kracht van de Marrongeschiedenis te delen. ‘Onze voorouders vochten voor vrijheid en bewaarden met trots hun Afrikaanse talen, ritmes en spirituele kennis. Hun verhalen leven voort in onze muziek, dans, kunst en de manier waarop we samenkomen.’
Luister hier 'Strijd en verzet: Marrons - Suriname' van Simba Mosis.

Het Nationaal Monument Slavernijverleden, van de Surinaamse kunstenaar Erwin de Vries (Paramaribo 1929-2018), dient als plek voor bezinning en herdenking aan het Nederlandse trans-Atlantisch slavernijverleden. Het is onthuld in 2002.
(foto: Anne Reinke, 2026)
nationaal monument slavernij verleden
Waarom herdenken nodig is
Bij Fort Amsterdam op Curaçao, ooit het centrum van de Nederlandse koloniale macht en nu de zetel van de regering van Curaçao, staan twee plakkaten naast elkaar, vertelt Naomie Pieter in dit fragment. Het ene prijst de vorst als edel en goed en spreekt van een ‘vrij en dankbaar volk’; Het andere eert Tula, de leider van de opstand van tot slaaf gemaakten op Curaçao, die in 1795 door de koloniale machthebbers werd geëxecuteerd.
Daar wringt het, zegt Pieter, ‘en precies in dat wringen ligt voor mij het belang van herdenken.’
Trots op de afschaffing van de slavernij voelt ze niet: een vrijheid die eerst wordt afgenomen en daarna wordt ‘teruggegeven’, is wat haar betreft geen reden tot vieren. Toch is herdenken nodig: ‘zodat we niet vergeten dat vrijheid nooit vanzelfsprekend is geweest. Dat zelfs onder onmenselijke omstandigheden de spirit nooit volledig gekoloniseerd kon worden.’
Herdenken dwingt ons bovendien om te erkennen dat anti-zwart racisme geen abstract begrip is, maar een doorlopend systeem van geweld dat nog steeds voelbaar is. En juist daarom is het belangrijk om samen te komen in het Oosterpark, concludeert Pieter: ‘Niet omdat het verleden afgesloten is, maar juist omdat het dat niet is.’
Als nazaat met wortels in Curaçao draagt Naomie Pieter (1990) de geschiedenis van haar voorouders met zich mee: ‘Niet als iets uit het verleden, maar als iets dat nog steeds doorwerkt in het heden. In structuren, in ongelijkheid, in hoe Zwarte lichamen worden gelezen en behandeld.’ Ze is performancekunstenaar en activist, en benadrukt het belang van lol in het activisme binnen de zwarte queergemeenschap. Via Black Pride en Pon Di Pride bouwt ze aan ruimtes waar Zwarte mensen en Zwarte queer mensen niet alleen aan hun pijn worden herinnerd, maar ook kunnen bestaan in ‘joy, liefde en expressie’.
Luister hier 'Strijd en verzet: Tula - Curaçao' van Naomie Pieter.
'Wij slaven van Suriname'
De overgrootvader van Vincent de Kom (1991) is er niet zomaar een: Anton de Kom was een Surinaamse verzetsheld, schrijver en activist. Vincent groeide op in de Amsterdamse Rivierenbuurt, waar het boek Wij slaven van Suriname, geschreven door zijn overgrootvader, altijd dichtbij in de boekenkast stond. In Antons voetsporen wil Vincent opkomen voor mensen die het moeilijk hebben. Het gedachtegoed van zijn overgrootvader ‘geeft hem de kracht om elke dag door te gaan, ondanks tegenwind’. Als stadsdeelbestuurder van Amsterdam-Zuidoost wil hij van Amsterdam een fijnere plek maken voor iedereen.
Luister hier 'Strijd en verzet: Anton de Kom - Suriname' van Vincent de Kom.
In dit fragment vertelt Vincent de Kom over zijn overgrootvader Anton de Kom, die in 1898 in Paramaribo werd geboren als zoon van een voormalig tot slaaf gemaakte. In een samenleving die nog diep getekend was door koloniale uitbuiting sprak hij zich openlijk uit tegen racisme en onrecht. In 1933 werd hij gearresteerd en zonder proces verbannen naar Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloot hij zich aan bij het verzet en werd opgepakt door de nazi’s. Hij overleed in 1945 in een Duits concentratiekamp.
Anton de Kom is vooral bekend van zijn boek Wij slaven van Suriname (1934). Daarin beschrijft hij de Surinaamse geschiedenis, voor het eerst vanuit het perspectief van de onderdrukte mensen in plaats van de kolonisator. Hij verzette zich tegen slavernij, kolonialisme en racisme en pleitte voor gelijkwaardigheid. Zijn boodschap was helder: ‘Vrijheid kan alleen bestaan als racisme, onrecht en uitbuiting worden erkend en bestreden.’
Vincent ziet hoe het werk van Anton de Kom vandaag de dag nog steeds wordt gelezen en besproken. Het inspireert nieuwe generaties om kritisch naar de samenleving en geschiedenis te kijken: ‘Het verzet tegen racistische denkbeelden groeide uit tot een brede maatschappelijke beweging, gedragen door velen.’
Leven in schijnvrijheid
‘Slavernij werd bij wet afgeschaft,’ zegt Lara Nuberg in dit fragment, ‘maar dat betekende niet dat mensen die tot slaaf waren gemaakt plotseling als gelijkwaardig werden gezien.’ De afschaffing was dan ook een juridische verandering, geen mentale. In Suriname bleven voormalig tot slaaf gemaakte mensen nog tien jaar onder staatstoezicht. Op Curaçao hielden schulden mensen afhankelijk via het Paga Tera-systeem. En contractarbeiders uit India, China en Indonesië werden op papier vrije arbeiders, maar in de praktijk in Suriname onderworpen aan nieuwe vormen van dwang.
Nuberg vertelt hoe het zogenoemde cultuurstelsel in Indonesië, een systeem waarin de lokale bevolking gewassen moest verbouwen voor de Nederlanders, de afschaffing van de slavernij in de West medefinancierde. ‘Op die manier werd vrijheid op de ene plek mogelijk gemaakt door onvrijheid op een andere.’ Wrang is ook dat niet de tot slaaf gemaakte mensen werden gecompenseerd na de afschaffing, maar de plantage-eigenaren. ‘De mensen die hadden geleden kregen niets. 'De mensen die hadden geprofiteerd werden betaald.’
‘Is het koloniale denken ooit echt verdwenen?’ vraagt Nuberg zich af. Kijk naar wie zich vrij over de wereld kan bewegen en wie niet, naar de economische ongelijkheid die oude machtsverhoudingen weerspiegelt. ‘We leven niet in volledige vrijheid,’ concludeert ze, ‘maar in iets wat daarop lijkt, een soort schijnvrijheid.’
Met een Indische familiegeschiedenis (haar oma werd geboren in voormalig Nederlands-Indië) en als historicus voelt Lara Nuberg (1990) zich verbonden met het koloniale verleden van Nederland. Ze schrijft, spreekt en maakt (audio)verhalen over koloniale geschiedenis, herinneringscultuur en identiteit. De geschiedenis kennen maakt voor haar ‘dat je in het heden niet achterover kunt leunen. Want vrijheid bestaat pas echt als het geldt voor iedereen.’ Juist daarom is het belangrijk om de geschiedenis van slavernij, kolonialisme en de doorwerking daarvan te blijven vertellen: ‘Het dwingt ons om verder te kijken dan wetten, jaartallen en zogenaamd historisch afgeronde feiten.’
Luister hier 'Staatstoezicht - Schijnvrijheid' van Lara Nuberg.
Slavernij in de spreekkamer
Dr. Alana Helberg-Proctor (1984) werkt als wetenschapper op de afdeling Antropologie aan de Universiteit van Amsterdam. Ze doet onderzoek naar ongelijkheid in de geneeskunde en is specifiek geïnteresseerd in racialisatie in de geneeskunde en de doorwerking van het slavernijverleden. Daaruit blijkt dat de Nederlandse slavernij tot op de dag van vandaag invloed heeft op het welzijn van nazaten van tot slaaf gemaakte mensen en gemeenschappen, maar ook op sociaal-maatschappelijke en economische structuren en uiteraard anti-zwart racisme in onze maatschappij.
Luister hier 'Doorwerking in het heden' van Dr. Alana Helberg-Proctor.
‘De geneeskunde speelde een belangrijke rol in de slavenhandel en slavernij,’ vertelt antropoloog Alana Helberg-Proctor in dit fragment. Scheepschirurgijns inspecteerden tot slaaf gemaakte mensen bij de aankoop en voeren mee om toe te zien op het behoud van deze ‘menselijke handelswaar’. Aangekomen in de koloniën werden de medici onderdeel van de geneeskundige dienst binnen de slavernij.
Deze geschiedenis werkt door in de ontwikkeling van geneeskundige kennis, medische instituten en denkbeelden anno nu. ‘Het heeft invloed op de mentale en fysieke gezondheid van nazaten én het Nederlandse zorgsysteem’, stelt Helberg-Proctor. En wel op drie manieren. Allereerst zijn traumatische ervaringen van voorouders via de opvoeding, beschermingsmechanismen, gebruiken en eetcultuur van generatie op generatie doorgegeven: 'Soms bewust, meestal onbewust.' Daarnaast laat het slavernijverleden zijn sporen na in sociaal-maatschappelijke en economische structuren die de toegang tot gezondheid bepalen. Tot slot is het racistische denken uit die tijd nog altijd terug te zien in anti-zwart racisme, wat kan leiden tot stressreacties die de fysieke gezondheid schaden.
Haar oproep is duidelijk: om deze doorwerking op de gezondheid en anti-zwart racisme en negatieve stereotypering tegen te gaan, is meer onderzoek nodig. Zo kunnen we ‘de exacte mechanismen begrijpen van het doorgeven van traumatische ervaringen van generatie op generatie.’
Gemeenschapskracht en burgermoed
Veerkracht is voor Kjelld Masoud Kroon geen abstract begrip, maar iets wat hij overal om zich heen ziet op de Caribische eilanden. In dit fragment vertelt hij dat de taal Papiamentu en de muziek Tambú, die ooit verboden werden door het Nederlandse koloniale gezag, nog altijd worden gesproken en gedanst. Papiamentu is zelfs als officiële taal in het koninkrijk erkend. Je ziet de veerkracht ook in hoe mensen na een orkaan voor elkaar klaarstaan, en bij moeders en oma’s die met weinig middelen toch altijd zorgen dat er eten op tafel staat.
Naast gemeenschapskracht is ook burgermoed voor Kroon belangrijk bij het helingsproces: je uitspreken tegen onrecht. Over lagere lonen op Bonaire, over stranden die onbetaalbaar worden voor de lokale bevolking, over massatoerisme dat het eiland inricht naar de wensen van Europeanen, over klimaatonrechtvaardigheid. En over hoe het slavernijverleden nog altijd doorwerkt in Europees Nederland: ‘Voor een land dat zichzelf tolerant noemt, komen racisme, discriminatie en uitsluiting nog te vaak voor. In het dagelijks leven, in het onderwijs, in vooroordelen, in wie we als Nederlander zien en in hoe we met elkaar omgaan.’
Zijn oproep is concreet: sluit je aan bij een organisatie, begin een leesgroep, doneer aan grassroots-initiatieven. Maar misschien wel het belangrijkste: ‘Begin bij jezelf.’ Welke vooroordelen heb je?
Voor Kjelld Masoud Kroon (1995) draait het uiteindelijk om één ding: gemeenschap. Hij is geboren in Nederland, maar groeide op op Bonaire. Hij werkt als programmamaker en community organizer rond thema’s als antiracisme, de doorwerking van het slavernijverleden en gemeenschappen versterken. ‘Een gevolg van de trans-Atlantische slavernij en het koloniale verleden is dat veel lokale gemeenschappen zijn gebroken en vervormd.’ Daarom ziet Kroon het werk in en aan gemeenschappen als een cruciaal deel van het gezamenlijke helingsproces. Dat doet hij bijvoorbeeld via BIT-Lab (Bonaire’s Innovation and Technology Lab), waar hij jongeren op Bonaire betrekt bij het bestuur van het eiland.
Luister hier 'Veerkracht vieren en burgermoed tonen' van Kjelld Masoud Kroon.
Colofon
Concept, design en uitvoering
BUROBRAAK design for social impact (Arjan Braaksma & Sedrig Verwoert)
Advies commissie
The Black Archives (Jessica de Abreu), NiNsee (Wendeline Flores) & Keti Koti Tafel (Mercedes Zandwijken)
Sprekers
Nancy Jouwe, Glenn Helberg, Mercedes Zandwijken, Sherlien Sanches, Simba Mosis, Naomie Pieter, Vincent de Kom, Lara Nuberg, Dr. Alana Helberg-Proctor & Kjelld Masoud Kroon.
Podcasts
Beyond Walls (Jeremy Flohr)
Illustraties
Studio Frederick Calmes
Redactie
Van Gisteren (Agnes Cremers & Roos Hamelink)
OOSTCAST Slavernijmonument Oosterpark is een samenwerking tussen BUROBRAAK (concept, design en uitvoering), Beyond Walls (podcast) en Van Gisteren (redactie), in opdracht gemaakt voor gemeente Amsterdam stadsdeel Oost.
BLIJF OP DE HOOGTE

























